Hervorming pensioensysteem nodig – Hervorming pensioensysteem wordt grondige mutatie

Het kostenplaatje van de veroudering van de wereldbevolking krijgt een begrotingsimpact die negen keer groter is dan die van historische financiële crisis die we vandaag kennen.Dat zegt de Oeso in een waarschuwing voor haar leden.

België ontsnapt niet aan de tendenzen.

Zo ziet de demografische evolutie in België eruit:

  • Het geboortecijfer gaat van 1,81 kind per vrouw in 2007 naar 1,76 in 2050, terwijl de drempel voor het behoud van de bevolking ligt op 2,1 kinderen per vrouw.
  • De stijging van de levensverwachting bij de geboorte gaat van 83,3 jaar in 2007 naar 89,7 jaar in 2050 voor een vrouw, en van 77,3 jaar naar 84 jaar voor een man.
  • Na de oorlogsjaren 1940-1945 volgde er een babyboom die vooral zijn gevolgen laat voelen tussen 2010 en 2030 (papyboom).

Door die evoluties wordt het onvermijdelijk dat we het pensioensysteem in België grondig moeten hervormen. Te meer omdat de financiering van de pensioenen in België gebaseerd is op solidariteit tussen bijdragende actieven en begunstigden.

Geen evolutie maar mutatie

De programmawet van maart 2012 veranderde de toegangsvoorwaarden voor vervroegd pensioen. Vroeger was de belangrijkste voorwaarde dat je 60 jaar geworden was. Voortaan wordt de loopbaancoëfficiënt het doorslaggevende element. De minimumleeftijd verdwijnt naar de achtergrond.

De overgang zal zacht verlopen, maar de regels evolueren tot 1 januari 2016. Vanaf dan kan vervroegd pensioen alleen nog na 40 jaar beroepsloopbaan en als je minstens 62 jaar bent.

Dat is een echte ‘mutatie’ van ons pensioensysteem: er komen nieuwe richtlijnen voor loopbaanverlenging met een ‘pensioenbonus’. De efficiëntie van die bonus wordt alleen maar merkbaar voor wie zijn loopbaan met 3 tot 5 jaar verlengt, en dan nog alleen maar ‘na de leeftijd waarop de werknemer toegang gehad zou hebben tot zijn vervroegd pensioen’.

De gemiddelde Belg is 62 à 63 jaar als hij 40 jaar gewerkt heeft. De mythische leeftijd van 65 jaar wordt dus de ‘referentieleeftijd’ en niet langer dé effectieve spildatum van de loopbaan.

Tot slot komen er nieuwe maatregelen voor toegelaten werk van gepensioneerden. Dat wordt eenvoudiger, met geïndexeerde limieten en sancties die evenredig beperkt blijven tot de overschrijding. Kortom: gepensioneerden van 65 jaar en ouder krijgen echt de mogelijkheid om nog wat bij te verdienen.

Langer aan het werk

Tot op het hoogste niveau wordt men zich ervan bewust dat het nodig is ouderen langer aan het werk te houden om de schok van de babyboom op te vangen, in een systeem dat alleen maar gefinancierd wordt door de solidariteit en in een context waarin we alsmaar ouder worden in goede gezondheid.

En het is ook duidelijk dat het pensioen van de eerste pijler niet volstaat om de gemiddelde landgenoot de mogelijkheid te bieden om genoeg inkomen te krijgen voor een comfortabel pensioen. Na de pensioenleeftijd moeten mensen dus meer kansen krijgen om iets extra’s bij te verdienen.

Wordt vervolgd

De eerste pensioenpijler moeten we onvermijdelijk versterken, en de tweede verder ontwikkelen. Dat wordt de volgende maanden nog besproken, zowel in de regering als in de paritaire comités. Daarom komen we daar binnenkort op terug.