Cash Balance maakt optimaal financieel beheer groepsverzekeringen mogelijk

Sinds 1990 blijven de technische rentevoeten – die gewaarborgd zijn in de kapitalisatie van tak 21 – achteruitgaan. Dat is verre van onschuldig. Daarom verdient het extra aandacht.

Om de situatie te begrijpen, komen we terug op de evolutie van twee economische sleutelparameters: de stijgende inflatie en de dalende lineaire obligaties (OLO’s).

Onmiddellijk effect bij verzekeraars

Begin jaren ’90 was er meer dan 3% inflatie. Daarna bleef de inflatie onder controle. Maar sinds 2010 is de inflatie weer gevoelig aan het verhogen. Om onze koopkracht te behouden, moeten we dus beleggen tegen een rentevoet die minstens gelijke tred houdt met de inflatie.

Tegelijk is de rentevoet van de lineaire obligaties al tien jaar aan het dalen. In 2012 bereikte hij zijn

historisch dieptepunt. De verzekeringscontracten van tak 21 beleggen uitgerekend in die OLO’s.

De werkelijke rentevoet is het verschil tussen de inflatievoet en de rentevoet van de OLO’s: de pensioencontracten die ernaar streven de koopkracht op lange termijn te behouden, zijn daar heel gevoelig voor.

In die unieke economische context zijn de verzekeraars verplicht om hun gewaarborgde rentevoeten op die contracten te verlagen.

Resultaatverbintenis in tak 21

De wetgever legt contracten van tak 21 een resultaatverbintenis op: 3,25% op de contracten gefinancierd door de werkgever en 3,75% op die gefinancierd door de werknemers.

De Wet op de Aanvullende Pensioenen is het juridisch basiskader voor de pensioenen van de tweede pijler. Ze bepaalt dat de inrichter van het plan het verschil moet compenseren tussen de gewaarborgde rentevoet van de verzekeraar en de 3,25% of 3,75% die de wetgever oplegt.

De inrichter van het plan is de werkgever die dus gevraagd kan worden om het verschil in de rentevoeten uit eigen zak op te hoesten.

‘Cash Balance’-contracten

Om dit op te lossen circuleren er vandaag verschillende mogelijke werkhypothesen:

  • De wetgever zou de formulering van de bij wet bepaalde resultaatverbintenis kunnen aanpassen.
  • De werkgevers zouden kunnen kiezen voor contracten van het type Cash Balance.

Plannen voor Cash Balance zijn nogal verspreid in de Angelsaksische landen. Het gaat om een hybride formule van plannen van het type ‘vaste bijdragen’ en ‘vaste prestaties’.

Enerzijds belooft de werkgever zijn werknemers de betaling van een vaste pensioenbijdrage. Anderzijds bepaalt hij in het contract een te bereiken rentevoet.

De contracten worden belegd in OLO’s, want die index is de beste indicator voor langetermijnbeleggingen.

Is de rentevoet hoger dan de rentevoet die het contract bepaalt? Dan legt de werkgever een reserve aan die hij kan gebruiken in periodes waarin de rentevoeten lager zijn. Door dat evenwichtsspel tussen de renteconjuncturen maakt een ‘Cash Balance’-contract optimaal financieel beheer van de groepsverzekeringen mogelijk.

>> Neem contact met ons op voor meer informatie over de contracten van het type Cash Balance.