Van éénmanszaak naar vennootschap

Als je een eenmanszaak hebt, bestaat de kans groot dat je op een bepaald moment een vennootschap wilt oprichten. Je moet dan de juiste vennootschapsvorm kiezen. Vennootschappen moeten ook sociale bijdragen betalen. Toch zijn er vennootschappen die gedurende de eerste drie jaar na hun oprichting vrijgesteld zijn van de vennootschapsbijdrage. Die moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. Het moet gaan om een personenvennootschap. Kapitaalsvennootschappen zoals de naamloze vennootschap en de commanditaire vennootschap op aandelen komen niet in aanmerking.
  2. De vennootschap moet in de KBO ingeschreven zijn als commerciële onderneming of ambachtsonderneming. Burgerlijke vennootschappen onder handelsvorm (artsen, verplegers, kinesitherapeuten en andere vrije beroepen) kunnen niet gebruik maken van de vrijstelling.
  3. In de periode van 10 jaar vóór de oprichting mogen de zaakvoerders of bestuurders én de meerderheid van de werkende vennoten (die geen zaakvoerder of bestuurder zijn) ten hoogste drie jaar zelfstandige geweest zijn.

De vrijstelling wordt per jaar beoordeeld waardoor de voorwaarden ieder jaar opnieuw vervuld moeten zijn. Het sociaal verzekeringsfonds doet dan ook jaarlijks een onderzoek naar het beroepsverleden van de zaakvoerder(s) en de werkende vennoten.